Fragment uit ‘Lezen, mijn eerste ervaring’
Tot op een moment het kwartje viel. “Foto…” zei ik zachtjes. “Foto!” riep ik wat harder. Ik draaide me om naar mijn moeder die in een roman stond te bladeren en riep: “Mama! Er staat foto, er staat foto!” Van blijdschap en enthousiasme begon ik te huilen. Alle mensen in de bibliotheek keken om naar mij omdat ik zo’n lawaai maakte. Mijn moeder kwam trots naar me toe en nam mij in mijn armen. “Ja er staat foto! Goedzo Francette! Je kan lezen! Wat goed!” Nog een paar keer herhaalde ik mijn eerste woord. Blij en trots zei ik herhaaldelijk tegen mijn moeder: “Mama, ik kan lezen!”
sms-taal
t kwartje viel.ik riep naar mn ma:ma,r staat foto!kmoest huilen.mn ma was trots.kzei nog n paar x foto.zei steeds tegen ma:k kan lezen!
sinterklaasrijm
Het kwartje was gevallen,
Ik werd echt gek als een malle.
‘Foto!’ Riep ik naar mijn mam,
Die mij gelijk in haar armen nam.
‘Goedzo Francette! Je kan lezen!’
Ja, mijn moeder stond daar trots te wezen.
Ik moest huilen van blijdschap en geluk.
Echt, mijn dag kon niet meer stuk.
Nog een paar keer herhaalde ik het woord,
En ik riep toen ongestoord:
‘Mama, ik kan lezen!’
Ze was echt trots, en dat heeft ze ook bewezen.
Straattaal
Je weet toch…Ik wist het opeens weer, man. Ik begon keihard te schreeuwen, jongen, ik zei steeds: ‘Foto! Foto!’
Die mensen in de bieb werden echt knetter jongen! Serieus! En m’n moeder kwam naar me toe gerend, jongen. Ze was helemaal blij echt, serieus, niet normaal meer. Echt Gek-ke-huis! En ze ging helemaal lopen zeggen dat ze trots op me was enzo. Echt leuk man. Ik was helemaal blij toen jongen, echt serieus. Ik riep ook tegen d’r: ‘Ma, ik kan lezen!’ Echt vet jongen. Ik was echt zo blij. Serieus.
Doe maar zwart, dan doe je al gek genoeg.
www.doemaarzwart.nl
Dit blog van ‘Niek en Gijs’ spreekt mij erg aan. Deze twee creatievelingen laten hun werk en andere bezigheden van hun dagelijks leven zien. Deze jongens waren werkzaam bij Doorn en Roos advertising, een reclamebureau in Utrecht.
Dit blog heeft te maken met onze opleiding, het gaat immers om advertising en ook dit heeft alles te maken met marketing, communicatie en design. De jongens hebben meegedaan aan talentenjachten en 24-uurs pitches waarbij ze concepten moesten bedenken voor verschillende opdrachtgevers.
Wat mij erg aanspreekt is de stijl die zij neerzetten. Het is een unieke samenspeling van graphics, strakke kleuren en vreemd vormgegeven menu-items die het blog leuk maakt om naar te kijken.
Mijn voorstel is dan ook om een unieke stijl neer te zetten op het klassenblog. Wel moet ik zeggen dat ik de naam van het klassenblog (Goeiebloggel) erg goed gevonden vindt. Het is natuurlijk iets van deze tijd. Door de goede naam aan te vullen met een unieke stijl versterk je de professionaliteit van het blog, naar mijn mening.
Politiek? Aids? Terrorisme? Boeiuh!
Harde verwijten, kritische generalisatie en vernieuwende filosofien. Dit alles vindt je terug in ‘Boeiuh! Het stille protest van de jeugd’ geschreven door Rob Wijnberg, student filosofie en jongste opinieredacteur van NRC. In dit pamflet wordt de jeugd van tegenwoordig uitvoerig besproken. Hoe denkt de jeugd? Hoe reageert de jeugd op de maatschappelijke en politieke uitingen van nu? Rob Wijnberg zet zijn perspectief maar al te duidelijk neer en vertelt zijn ervaringen en filosofien over het gedachtegoed van de jeugd van tegenwoordig, die sterk beinvloed is door de mediadruk van de maatschappij.
Politiek? Aids? Terrorisme? Boeiuh! De jeugd keert de rug naar de o zo veranderde maatschappij van tegenwoordig. De jeugd wordt overspoeld met informatie (vaak verdraaid of zwaar overdreven) waardoor grenzen tussen echt en nep, goed en fout sterk worden vervaagd. Door deze verwarring zijn mensen geneigd zich passief te gedragen. Vooral de jeugd doet niet anders tegenwoordig. ‘Jongeren zappen, chatten en blowen zich suf. Ze lezen geen kranten meer, studeren te weinig en kijken nauwelijks naar het journaal’ aldus Rob Wijnberg (25) die zichzelf ook als jeugd beschouwd.
Naast de gecreeerde desinteresse is de jongste generatie ook aan het ‘chilluh’ Zoals Wijnberg dat noemt, met hem bijna alle jongeren die dit als normaal begrip beschouwen. Chilluh slaat niet alleen op vrijetijdsbesteding maar daarnaast kenmerkt het een levenshouding volgens hem. ‘Een reactie op de [..] ‘dramademocratie’, waarin politiek tot theater en het nieuws tot soap verworden is.’ Waar is de realiteit? Wat wil de maatschappij nu eigenlijk bereiken met deze kunstmatig geforceerde media-uitingen en de overload aan informatie?
Neem de politieke partijen met hun niet goed geformuleerde standpunten en onlogische vergelijkingen. Iedereen raakt ervan in de war, wat eindigt in wantrouwen in de maatschappij en elkaar, wat weer leidt tot individualisme.
Rob Wijnberg geeft het begrip Pimpuh mee aan het individualisme van deze tijd. Iets pimpen houdt naar zijn zeggen in: ‘Een materiele opwaardering ten behoeve van het individu’. Het individu kiest voor zichzelf en zijn eigen behoeften. Het vertrouwen is weg en wordt alleen nog maar verhandelt.
Is de jeugd lui? Of heeft de jongste generatie juist realiteitsbesef maar niet het vermogen tegen de maatschappij in te gaan? Door iedereen de rug toe te keren, een passieve houding aan te nemen en alleen maar aan jezelf te denken de wereld beteren? Rob Wijnberg ziet het positief in en beweert: ‘ Sommige problemen schreeuwen om een oplossing die zwijgt in alle talen.’
Deze pamflet is naar mijn mening een aanrader. Het is vernieuwend en geeft een andere (kritische) kijk op de jeugd en maatschappij van tegenwoordig. Een lekker door te lezen boekje die vraagt om discussie door de kritische en felle meningsuitingen van Rob Wijnberg. Dus zeker Boeiuh!
Lezen, mijn eerste ervaring…
Het was een woensdagmiddag. Mijn moeder haalde mij op van school. Thuisgekomen aten we een boterhammetje en ging ik nog even spelen met lego. Mijn moeder riep mij. Ze wilde even naar de bibliotheek en natuurlijk liep ik dan even mee. Als 4-jarig meisje liep ik over straat terwijl ik mijn moeders hand vasthield. Het was maar een kort stukje lopen en een frisse neus is altijd lekker. Aangekomen bij de bibliotheek ging mijn moeder direct naar de afdeling ‘romans’ en zei tegen mij dat ik wel even rond kon lopen. “Maar wel binnen blijven.” maakte ze mij duidelijk. Terwijl ik naar mijn eigen schoenen keek liep ik naar het stoffen blok midden in de bibliotheek. Ik klom erop en ging zitten. Ik zwaaide met mijn voeten en bonkte ze zo hard mogelijk tegen het blok aan. Genieten. Toen ik me begon te vervelen, wat snel het geval is als kind, sprong ik van het blok af en liep richting de boeken. Overal hingen bordjes met teksten die ik niet kon lezen. Wel zag ik de letters van het alfabet staan op de bordjes bij de boeken. Deze indiceerde de achternaam van de schrijvers, maar daar was ik me niet van bewust. De letters trokken mijn aandacht en ik zei ze dan ook steeds hardop: “G…H…I…J…K.”
Ook dit had ik na een paar minuten alweer gezien. Toen zag ik ineens een bordje met vier letters erop. Ik stond stil en keek ernaar terwijl mijn moeder met vier boeken in haar hand nog een vijfde stond te zoeken. Ik keek en keek en probeerde: “F…” was de eerste letter. Nu de tweede: “O…” De derde: “T…” en nu de vierde nog: “O…” Goed, ik had de letters verzameld, maar wat stond er nu. Ik herhaalde de letters hardop: “F…O…T…O.” en nog eens: “F…O…T…O.” Ik concentreerde me en zei de letters nog eens…en nog eens…en nog eens…steeds sneller achter elkaar. Tot op een moment het kwartje viel. “Foto…” zei ik zachtjes. “Foto!” riep ik wat harder. Ik draaide me om naar mijn moeder die in een roman stond te bladeren en riep: “Mama! Er staat foto, er staat foto!” Van blijdschap en enthousiasme begon ik te huilen. Alle mensen in de bibliotheek keken om naar mij omdat ik zo’n lawaai maakte. Mijn moeder kwam trots naar me toe en nam mij in mijn armen. “Ja er staat foto! Goedzo Francette! Je kan lezen! Wat goed!” Nog een paar keer herhaalde ik mijn eerste woord. Blij en trots zei ik herhaaldelijk tegen mijn moeder: “Mama, ik kan lezen!”
Kom, laten we met z’n allen gaan moorden!
In het nieuws zien we actuele gebeurtenissen van de dag voorbij flitsen. Maar is dit altijd verstandig? Is het wel slim om beelden te laten zien van bloedbaden, dode mensen, gevechten, etcetera? Het is al erg genoeg dat het plaatsvindt, waarom moeten we het dan ook zien? Om ons te inspireren?
Ik ben ervan overtuigd dat het slecht is om bepaalde onderwerpen met betrekking tot geweldpleging te behandelen in de media.
Voornamelijk jongeren zijn snel beinvloed en geinspireerd door media. Neem nu de schietpartij in Finland. Deze jongen is hoogstwaarschijnlijk geinspireerd door de beruchte schietpartij van 1999 op Columbine Highschool in Colorado, waar Eric Harris en Dylan Kiebold twaalf medescholieren en een leraar doodschoten. Dit is overal ter wereld meerdere malen in de media te zien geweest. Nu begrijp ik dat de gebeurtenis aangrijpend en schokkend is. Maar waarom moet de hele wereld dan weten welke wapens er precies gebruikt werden? Hoe het precies in zijn werk ging? Hoe de jongens het hebben aangepakt en aangekondigd? Dat is toch alleen maar inspiratiemateriaal voor mensen die enigszins de neiging tot geweldpleging hebben?
Hoe komt Pekka-Eric Auvinen, de 18-jarige Finse dader, er anders bij om naar school te gaan en daar zeven medeleerlingen en een leraar dood te schieten? Deze jongen is gewoon in de war met zichzelf, laat zich makkelijk beinvloeden door de media en denkt zo op deze absurde manier de aandacht te trekken. Die aandacht krijgt hij ook omdat wederom overal ter wereld dit vreselijke verhaal in de media wordt gebracht. In feite is het een vicieuze cirkel die nooit zal stoppen.
Vernieuwende definities
Hieronder volgt een aantal definities van de elementen die in dit vak aan de orde zullen komen.
Taal is als het heelal, het is er altijd geweest en zal er altijd blijven.
Schrijven is een expressie, net als seks.
Spreken is als een verzonden brief, pas als het aankomt is het goed.
Luisteren is net zo belangrijk als je relatie.
Lezen is als alleen zijn, saai maar ontspannend.
Media Media Media
’s Ochtends wordt ik gewekt door mijn hippe Sony Ericsson mobiel met een muziekje die ik vorige week gedownload heb van internet. Een Albert Heijn boterham met kaas van de markt schuif ik naar binnen tijdens het kijken naar een suf belspel op tv. Ik trek mijn jas aan, pak mijn laptop en loop naar de trein. Ondertussen bel ik mijn vriendin om te zeggen dat ik wat later ben. Met mijn Ipod op stap ik in Weesp over. Bij het uitstappen van de trein bots ik tegen een billboard die ik met mijn ‘ochtendhoofd’ niet had gezien.
Aangekomen in Diemen-Zuid ga ik naar de metro. Wachtend op het perron kijk ik naar billboards aan de overkant. In de metro kijk ik door de Graffiti naar buiten. Ik pak de krant waar ik per ongeluk op was gaan zitten. Een Sudoku uit de Spits maakt de reis korter voor mij. Bij Weesperplein stap ik uit. Ik help een vrouw die de weg vraagt aan de hand van een op de muur bevestigde kaart. Op weg naar de uitgang zie ik het winkeltje met zijn lekkere broodjes. Op het raam hangt een affiche met een nieuwe aanbieding. Toch kan ik mezelf inhouden en ik loop door.
Op school gebruik ik mijn laptop de hele dag door. Tussendoor wordt ik gesmst door een vriend. Ik sms terug dat ik wel wil afspreken. Na school neem ik de metro naar Amsterdam Centraal. Op het station zie ik het uithangbord van de Burger King en twijfel of ik een Whopper zal halen. Ik doe het niet en loop naar het goede spoor waar ik de trein naar Hilversum pak.
In de trein zoek ik naar een krant. De Dag. Ach, het is toch wat. Ik lees kort het nieuws en maak ook nu weer een Sudoku. In Hilversum stap ik uit en loop naar mijn kamer. Onderweg zie ik van ver het bord van de Albert Heijn en bedenk mij dat ik nog boodschappen moet doen. Na de boodschappen kom ik thuis, zet het eten op en ga op de bank zitten. Tv aan en even lekker niks.
Rubik’s Cube – Public Design
De Gooise Brinck, een saai plein waar echt iets aan moet gebeuren. Ons idee: een Rubik’s Kubus.
Er zijn 6 kleuren. Elk vlak is digitaal. Als een vlak wordt aangeraakt verandert deze van kleur. De kleuren komen in onwillekeurige volgorde naar voren.
Binnen een bepaalde tijd moet een vlak uit 1 kleur bestaan. Hiervoor zijn meerdere personen nodig omdat de kleuren niet lang blijven staan en overspringen naar een andere kleur. Het is een moeilijk en actief spel.
Als het gelukt is om een vlak 1 kleur te krijgen blijft het staan en kan met de resterende vlakken hetzelfde gedaan worden. Het is de bedoeling om de Rubik’s Kubus te maken zodat alle vlakken een andere kleur hebben.
Als alle vlakken uit 1 kleur bestaan zal de kubus fel oplichten.
Als er twee (of meer) vlakken zijn met dezelfde kleur, maakt dit opzich niet uit maar hij zal niet fel oplichten als hij klaar is.


